Rente vanaf 1540

Nederlandse rente 1540 - heden; een kleine geschiedenis
(Bron: Nederland De schatkist van Europa, uitgeverij Balans, 2001)

‘De overheidsfinanciën moeten puik in orde zijn. Want daardoor voorkom je dat rente en aflossing zo op de rijksbegroting drukken dat wezenlijke, essentiële overheidstaken erdoor in het gedrang komen. Ze (de overheid, MvW) moet zich niet bemoeien met allerlei zaken die wenselijk, of misschien zelfs heel wenselijk zijn, maar niet essentieel.’
Prof. Dr. Jelle Zijlstra in 1993 
 

Geen land ter wereld heeft - gerekend vanaf 1540 - een gemiddeld lagere rente dan Nederland. Opmerkelijk is ook dat een belegging in Nederlandse staatsobligaties door de eeuwen een veilige belegging is geweest. Dat is een uitzonderlijke prestatie die door maar weinig landen wordt geëvenaard. Landen als Frankrijk, Duitsland en Italië kunnen niet bogen op zo'n smetteloos verleden. Om maar niet te spreken van onze ervaring met bijvoorbeeld Rusland en Bulgarije: 'Tegelijkertijd met het afbreken der diplomatieke betrekkingen met Bulgarije, heeft de gedelegeerde voor de leeningen van 1902, 1904 en 1907 het land verlaten en de behartiging der belangen van obligatiehouders aan een plaatsvervanger overgedragen, welke door de Militaire Autoriteiten is gevangen gezet.'

Een blik op de rentegrafiek vanaf 1540 (zie hieronder) leert dat met uitzondering van twee grote rentehobbels de Nederlandse rente naar een soort natuurlijk gemiddelde van 4 a 5% tendeert. Voor die twee 'hobbels' zijn goede verklaringen te geven. De eerste hobbel van ruwweg 1550 tot 1600 valt samen met de Tachtigjarige Oorlog. Er is in die periode veel geld nodig om de oorlog te financieren en de burgerij wordt zelfs verplicht geld te lenen aan de overheid. Tegen het einde van de zestiende eeuw is de staatsschuld vertienvoudigd  en wordt een record-rentestand geregistreerd van 17%. Reden om tijdens de Synode van Middelburg in 1581 te bidden voor lagere rente. En de gebeden worden verhoord. Want spoedig daarna zet een scherpe rentedaling in. De schermutselingen nemen in hevigheid af en begin zeventiende eeuw volgt zelfs een bestand. Het is ook deze rentedaling - van 17% naar 4% - die mede verantwoordelijk is voor explosieve expansie van De Republiek in de Gouden - zeventiende - Eeuw.

De tweede rentehobbel, na de Tweede Wereldoorlog, komt wederom door verloederende overheidsfinanciën. Niet oorlog, maar werkgelegenheid is nu het ultieme doel van de overheid. Er wordt op onverantwoord grote schaal geleend en uitgegeven: ‘Naief-Keynesiaans’ voor de monetaire fijnproevers. In 1980 wordt zelfs een staatslening op de markt gebracht met een coupon van 12¾ %! Maar dan keert het tij. Fed-voorzitter Paul Volcker in de V.S. en onze onvolprezen Nederlandsche Bank-president Jelle Zijlstra, ageren tegen de verloederende staatsfinanciën. Het is dan ook vanaf die tijd dat met succes een rigoureuze sanering van de overheidsuitgaven in gang wordt gezet die duurt tot op de dag van vandaag. Wederom is het een spectaculaire rentedaling – nu van 12 ¾% in 1980 naar 5% in 2000 - die medeverantwoordelijk is voor een explosieve expansie - namelijk die van de afgelopen twee decennia.  
Rente vanaf 1540

Copyright 2017 Hoofbosch   .  Disclaimer  .  Privacybeleid  .  Inloggen